Rasstandaard Oudduitse Herder

Hou rekening mee, dat de ras standaards van verschillende landen niet altijd gelijk zijn. De basis van de rasstandaard van de Oudduitse herder is de Duitse versie. Gezien wij niet altijd naar Oudduitse herder standaard fokken, kunnen onze honden/nesten in kleur en vacht van de standaard afwijken. Fok je zelf volgens één van de ras standaards en ben je geïnteresseerd in een pup voor de fok, zo kunnen wij jou helpen met de juiste informatie, welke nesten voor jou fok doel geschikt zijn. 

Algemeen rasbeeld

De Oudduitse Herder is middelgroot, stevig, krachtig en goed gespierd. Belangrijke verhoudingen in maat: De schofthoogte bedraagt voor reuen ca. 64 cm, bij teven ca. 58 cm. De romplengte overtreft de maat van de schofthoogte met 13-15%.

Karakter

De Oudduitse Herder moet evenwichtig, zelfverzekerd en zonder prikkels onbevangen vriendêlijk zijn. Daarbij is hij opmerkzaam en goed te trainen.

Hoofd

De hoofd is wigvormig, in proportie met de lichaamsgrootte (ca. 40% van de schofthoogte), zonder plomp of langgestrekt over te komen, in het totaal droog en tussen de oren matig breed. Het voorhoofd is van voren en van opzij gezien slechts weinig gewelfd en zonder of slechts maar er mag hooguit een aangeduide middengroef zichtbaar zijn. De verhouding tussen schedelbasis en stop zijn ongeveer gelijk. De breedte van de bovenschedel komt ongeveer overeen met de lengte van de bovenschedel. De bovenschedel gaat (van bovenaf gezien) van de oren tot de punt van de neus, gelijkmatig verkleinend via een schuin verlopende, niet scherp gevormde stop over in het wigvormig verlopende gezichtsdeel van de hoofd. Boven en onderkaak zijn krachtig ontwikkeld. De neusrug is recht, een deuk of welving is niet gewenst. De lippen zijn strak, mooi sluitend en donker van kleur.

Neus

Deze moet zwart zijn.

Gebit

Moet sterk, gezond en volledig zijn (42 tanden, waarvan 20 boven en 22 onder). De Oudduitse Herder heeft een schaargebit, tanggebit, een over- of onderbeet is foutief, evenals grotere tussenruimtes tussen de tanden. Foutief is eveneens een recht vlak van de snijtanden. De kaken moeten krachtig ontwikkeld zijn opdat de tanden diep in het tandbeen ingebed kunnen zijn.

Ogen

De ogen zijn middelgroot, amandelvormig, iets schuin liggend en niet uitpuilend. De kleur van de ogen moet zo donker mogelijk zijn. Lichte, stekende ogen zijn niet gewenst, aangezien ze afbreuk doen aan de uitdrukking van de hond.

Oren

De Oudduitse Herder heeft staande oren van middelmatige grootte, die rechtop en gelijk gericht gedragen worden . Ze lopen puntig uit en zijn naar voren gericht. In beweging of in rusttoestand naar achteren gericht gedragen oren worden niet als  fout gezien.

Nek

De nek is krachtig, goed gespierd en zonder losse keelhuid. De hoek ten opzichte van de romp bedraagt ca. 45%.

Lichaam

De bovenlijn verloopt van de halsaanzet over de goed ontwikkelde schoft en over de horizontale heel licht aflopende rug tot het licht aflopende kruis¬†zonder zichtbare onderbreking. De rug is vast, krachtig en goed gespierd. De lendenen zijn breed, krachtig ontwikkeld en goed gespierd.¬†De borst moet matig breed zijn, de onderkant van de borst zo lang mogelijk en uitgesproken.¬†De borstdiepte moet ongeveer 45% tot 48% van de schofthoogte¬†bedragen. De ribben behoren een matige welving te tonen, Het kruis moet lang en licht aflopend ( ca. 23¬į t.o.v. horizontaal) zijn en zonder onderbreking moet de bovenlijn in de staart aanzet overgaan.¬†De staart reikt minstens tot aan het spronggewricht, evenwel niet¬†over het midden van de achtervoet. Ze is aan de onderzijde iets¬†langer behaard en wordt in een licht afhangende boog gedragen,¬†waarbij ze in opwinding en bij beweging meer opgeheven gedragen¬†wordt, evenwel niet boven de rug lijn.

Voorhand

De voorste ledematen zijn van alle zijden bezien recht en van voren bezien absoluut parallel. Schouderblad en opperarmbeen zijn van gelijke lengte en door middel van krachtige spieren vast tegen het lichaam gelegen. De hoek van schouderblad en opperarm bedraagt in het ideale geval 90%, doorgaans tot 110%. De elle bogen mogen noch in stand noch in de beweging uitgedraaid worden en evenmin naar binnen gedrukt zijn. De onderarmen zijn van alle zijden bezien recht en absoluut parallel staande ten opzichte van elkaar, droog en vast gespierd. De voormiddenvoet heeft een lengte van ongeveer een derde van de onderarm en heeft een hoek met deze van ongeveer 20% tot 22%. Zowel een te schuin staande voormiddenvoet (meer dan 22%) als een te steil staande voormiddenvoet (minder dan 22%) be√Įnvloeden de gebruiksgeschiktheid, in het bijzonder het uithoudingsvermogen. De voeten zijn rond, goed gesloten en gewelfd. De voetzolen zijn hard¬†maar niet bros. De nagels zijn krachtig en donker van kleur.

Achterhand

De stand van de achterpoten is licht naar achteren, waarbij de achterste ledematen van achteren bezien parallel ten opzichte van elkaar staan. Boven- en onder schenkel zijn van ongeveer gelijke lengte en vormen een hoek van ongeveer 120%. De dijen zijn krachtig en goed gespierd. De spronggewrichten zijn krachtig gevormd en vast. De achter middenvoet staat loodrecht onder het spronggewricht. De voeten/tenen zijn gesloten, licht gewelfd, de zolen hard en van donkere kleur, de nagels krachtig, gewelfd en eveneens donker van kleur.

 Gangwerk

De Oudduitse Herder is een draver. De ledematen moeten in lengte en hoek zo op elkaar afgestemd zijn dat zij, zonder wezenlijke verandering van de rug belijning, de achterhand tot aan de romp verplaatsen kunnen en met de voorhand net zo ver kunnen uitgrijpen. Iedere neiging tot overhoek van de achterhand vermindert de vastheid en het uithoudingsvermogen en daarmee de gebruikswaarde. Bij correcte verhoudingen in de bouw en hoekingen is een ruim uitgrijpend, vlak over de bodem gaand gangwerk mogelijk, dat de indruk geeft van voorwaarts gerichte, moeiteloze bewegingen. Bij een naar voren geschoven hoofd en licht opgeheven staart ziet men bij een gelijkmatige en rustige draf een vanaf de oorpunten over de nek en de rug tot aan de punt van de staart licht gebogen en niet onderbroken rug belijning.

Huid

De huid is (los) aanliggend zonder plooien te vormen.

Vacht

De Oudduitse Herder heeft lang stokhaar met onderwol. Het dekhaar is lang, zacht en niet vast aanliggend, met pluimen aan oren en benen, vol behaarde broek en zeer vol behaarde staart naar beneden waaiervormig. Aan het hoofd met daarbij inbegrepen de binnenkant van oren en de voorkant van de ledematen, aan de benen en tenen kort. Maar aan de hals langer en sterker behaard, daarbij nagenoeg manen vormend. Aan de achterkant van de benen wordt het haar langer tot aan het middenvoorvoet gewricht respectievelijk het spronggewricht en vormt aan de achterkant van de dijen een duidelijke volle broek.

Kleuren

In principe zijn alle kleuren toegestaan met uitzondering van wit (ongewenst). De neusspiegel moet bij alle kleurslagen zwart zijn. Ontbrekend masker, lichte tot priemende oogkleur, lichte nagels en rode staartpunt duiden op pigmentzwakte.

Grootte
  • Reu: schofthoogte 60-68 cm.
  • Teef: schofthoogte 55-63¬† cm.
Fouten

Iedere afwijking van de in de voorgaande genoemde punten, moet als fout aangemerkt worden, waarbij de waardering in juiste verhouding met de graad van de afwijking behoort te staan.

Ernstige fouten

Afwijkingen van de voorgenoemde raspunten, welke de gebruiksgeschiktheid benadelen. Zijwaartse te diep aangezette oren, tiporen, te eng naar binnen gestelde oren (Schildspanner), niet vaste oren. Ernstige nalatende vastheid van het gehele lichaam. Alle afwijkingen van het schaargebit en de tandformule. Sterk aflopende rug.

Uitsluitende fouten
  • Karakterzwakke, bijterige en zenuwachtige honden. Honden met vastgestelde ernstige HD
  • Monorchide en cryptorchide reuen of met duidelijke ongelijke of niet ontwikkelde teeltballen.
  • Honden met fouten die de oren en staart misvormen. Honden met misvormingen
  • Honden met tandgebreken door het missen van: 1 x Premolaar 3 en een verdere tand, 1 x Hoektand, 1 x Premolaar 4, 1 x Molaar 1, resp. Molaar 2, of in totaal 3 tanden of meer. Honden met kaakfouten: Over- of onderbeet van 2 mm. of meer. Tanggebit (van alle snijtanden). Witte vachtkleur Langstokhaar zonder onderwol.